Selecteer een pagina

De zilvermijnen van Potosi

Home » Bolivia » De zilvermijnen van Potosi

Op ongeveer 150 kilometer ten zuidwesten van de ‘witte stad’ Sucre ligt Potosí. De belangrijkste bezienswaardigheid van de stad – ooit de grootste en rijkste plaats van het hele continent Amerika – is de zilvermijn van de Cerro Rico. Door de eeuwen heen is er circa 60.000 ton aan zilver gedolven. De mijnen zijn nog in gebruik maar niet meer voor zilver.

Potosi

Potosí werd in 1546 gesticht na de vondst van zilver in de Cerro Rico. De mijnen die vervolgens aangelegd werden zijn de rijkste mijnen in de hele wereldgeschiedenis. Naar verluidt komt ook het zilver van de door Piet Hein overmeesterde Spaanse zilvervloot uit Potosí.

Een deel van de rijkdom van de mijnen werd gebruikt om prachtige barokke kerken en kloosters te bouwen. De Spanjaarden zetten met name de lokale bevolking en Afrikaanse slaven in de mijnen aan het werk. Door de eeuwen heen kwamen daarbij naar schatting vijf miljoen mijnwerkers om het leven.

Eind 18e eeuw, begin 19e eeuw raakten de zilvermijnen uitgeput en werd tin de belangrijkste delfstof. Sindsdien raakte de stad die op de UNESCO-werelderfgoedlijst staat, iets in verval. De rijke geschiedenis van Potosí wordt echter nog steeds weerspiegeld in de smalle straatjes, koloniale herenhuizen en de vele kerken.

Bezienswaardigheden in de stad zelf

De belangrijkste bezienswaardigheid van Potosí is de voormalige zilvermijn. Maar de stad heeft veel meer dan alleen de mijn te bieden. Zo is de voormalige, koninklijke munterij, Casa de la Moneda, wat nu een museum is, zeer de moeite waard!

Een andere, interessante bezienswaardigheid is het Klooster van de Karmelietenorde (Museum de Santa Teresa). Maagden van 15 jaar uit rijke, welgestelde families kwamen in dit klooster en mochten hun familie nooit meer zien. Alleen achter een dikke deur mochten ze af en toe spreken met de ouders. Mooi museum en een hele goede rondleiding.

Voor een fraai uitzicht op de omgeving moet je overigens naar de Compañia de Jesus. Deze kerk is een van de vele voorbeelden van Mestizo architectuur. Tegen geringe betaling mag je voor het uitzicht de klokkentoren beklimmen.

Bezoek aan de mijnen van Potosi

Een bezoek aan de mijnen, de belangrijkste bezienswaardigheid van Potosí, is niet geheel zonder controverse. Het is een redelijk schokkende ervaring omdat de manier van werken sinds de koloniale tijd eigenlijk niet veranderd is. De werkomstandigheden zijn echt erbarmelijk. De meeste mijnwerkers die vaak vele dagen achter elkaar langdurig in de mijnen werken, sterven op veertigjarige leeftijd aan silicose. De circa 10.000 mijnwerkers doen dit omdat er voor hen geen alternatieven zijn.

Wij hebben de tour wel gemaakt. Die begint met een in onze ogen hilarisch bezoek aan de markt om geschenken voor de mijnwerkers te kopen. Denk dan aan cocabladeren, sigaretten en zelfs dynamietstaven! Vervolgens ga je onder begeleiding de mijnen in. Je bezoek duurt ongeveer twee uur. Wat het bijzonder maakt is dat je veel gelegenheid krijgt om vragen te stellen aan de mijnwerkers zelf. Maar omdat je ze dan van hun werk houdt, geef je ze een geschenk. Overigens, al spreken wij een beetje Spaans, het is erg lastig om de antwoorden van de mijnwerkers goed te kunnen verstaan. Je gids vat het antwoord dan in duidelijker Spaans of Engels samen.

Redelijk aan het begin van de mijn bevindt zich een standbeeld van een soort beschermengel ‘El Tio’ (de oom) genaamd, die er meer als een duivel uit ziet. De mijnwerkers offeren aan het beeld omdat zij dan bescherming genieten.

Praktische zaken

Niet voor iedereen geschikt

De gangen in de mijnen zijn smal en laag, soms zelfs zo laag dat wij als lange Europeanen moeten kruipen. Ook moet je flink wat treden van ladders beklimmen. Om die reden is een bezoek aan de mijnen zeker geen aanbeveling voor mensen die wat minder te been zijn of niet beschikken over een goede conditie. Ook als je snel last hebt van claustrofobie, is een bezoek aan de mijn beslist niet aan te raden.

Hoe er te komen

De dichtbijzijnste, grote stad is Sucre waarvandaan er elk uur een bus in drie uur tijd naar Potosí gaat. Een betere optie is wellicht om een taxibusje met andere reizigers te delen. Deze zijn comfortabeler en sneller. Kom je vanaf La Paz dan kun je het beste de nachtbus van El Dorado naar Sucre nemen. De bussen zijn niet heel erg nieuw maar wel comfortabel. Vanaf het grote, nieuwe busstation bij Potosí is het nog 30 minuten lopen naar het stadscentrum. Beter is om de bus of gedeelde taxi te nemen.

Accommodatie in Potosi

In Potosí zijn redelijk wat hotels en pensionnetjes van goede kwaliteit en prijs te vinden. Wij verbleven in Tukos la Casa Real. Op 5 minuten loopafstand bevindt zich aan het plein het gezellige eetcafé Cafe la Plata waar je goed kunt eten.